Budel-dorp

Uit Erfgoedwiki
Versie door Rberkvens (Overleg | bijdragen) op 10 sep 2014 om 21:28

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Budel-Dorp

De heerlijkheid Budel was oorspronkelijk een koningsgoed. De oudste tekst is een oorkonde van Karel de Grote waarin hij bevestigt dat zijn grootvader Pippijn de Middelste (†714) bezittingen te Budel had geschonken aan de abdij van Chèvremont bij Luik. In 947 werd ook de kerk van Budel aan dit klooster geschonken. In 972 werden de bezittingen van de abdij overgedragen aan het Mariakapittel (Marienstift) in Aken en werd daarmee kapittelgoed van de O. L.V.-kerk van Aken. De daarover aangestelde voogd usurpeerde echter de macht, waaruit de heerlijkheid Budel ontstond. In 1421 werd deze een Brabants leen. De heerlijkheid maakte sindsdien deel uit van het land, later baronie, van Cranendonck en de Meierij van ‘s-Hertogenbosch.

Budel 1830.jpg

De kom van Budel in 1828 (bron: WatWasWaar).

Budel is een beekdalnederzetting. De beek de Moezel heeft bij de vestiging ongetwijfeld ook een rol gespeeld. De beek loopt vlak achter de erven van de huizen langs de noord-zuidstraat. Die straat vertoont enkele driehoekige verbredingen, waaronder de Markt. Er sluiten naar alle richtingen straten op aan die deels ook in 1828 al bebouwd waren. Het totaal aantal huizen beloopt rond de honderd. Aan de straat naar het noordoosten, richting Broekkant (nu Dr. Ant. Mathijsenstraat) ligt een vierkant omgracht perceel: hier hadden de heren van Aken hun centrum. Direct ten noorden daarvan staat de kerk, die toen dus een eindje buiten de kom van Budel stond. De Protestantse kerk werd dichter aan de Markt gebouwd. Op de Markt stond in 1828 het raadhuis. Direct ten westen van de kom ligt de Molenakker, een open akker waarop ’s heren windkorenmolen stond. Aan de andere zijden was er een afwisseling van open akkers en gebieden met omheinde akkers. De kom ligt in een beekdalletje daartussen.

De teuten behoorden tot de rijkste inwoners van het dorp. Met hun vergaarde rijkdommen lieten zij grote en fraaie huizen bouwen. Budel was aan het einde van de 18e eeuw dan ook: ‘Stadswyke, schier huis aan huis betimmers: en onder die huizen zyn sommigen cierlijk gebouwd.” Volgens een contemporaine bron was Budel “een der schoonste dorpen van dit gedeelte der Marjorij. Het is volkrijk en welvarend”. Die welvaart kwam niet alleen op conto van de Teuten. Budel genoot van oudsher belastingprivileges en daarnaast was de Budelse economie bevoorrecht door het recht van vier vrije jaarmarkten. Budel was hierdoor de marktplaats van de Baronie van Cranendonck.