Budel-Dorplein

Uit Erfgoedwiki
Versie door Rberkvens (Overleg | bijdragen) op 1 okt 2014 om 19:52

(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Ga naar: navigatie, zoeken

Budel-Dorplein

Ontstaan

De ligging aan de spoorlijn De IJzeren Rijn en in de nabijheid van de Zuid-Willemsvaart waren belangrijke redenen voor de vestiging van een zinkfabriek in Budel in 1892. Een nieuw dorp ontstond door de komst van de zinkfabriek. Dat was in 1892 toen de broers Lucien en Emile Dor in de hei tussen de Zuid-Willemsvaart en de spoorlijn Antwerpen-Mönchen-Gladbach hun zinkfabriek stichtten. Enig in ons land en voorbestemd om uit te groeien tot een groot bedrijf, dat aan duizenden arbeid en brood en aan de streek een zekere welvaart zou brengen. Bij de fabriek verrees een compleet dorp, met school, kapel, klooster, kantine en sportvelden, Dorplein genoemd, naar de stichters, de gebroeders Dor. Dorplein was een heel aparte gemeenschap, die volledig zelfvoorzienend was. Naast het godsdienstig welzijn droeg ook het bijzonder onderwijs en zeker het muziekonderwijs bij aan de cultuur van deze dorpsgemeenschap.

14 september 1892 werd de Kempische Zinkmaatschappij officieel opgericht, of zoals ze toen werd genoemd: "Société Anonyme des Zincs de la Campine." AI dadelijk werd begonnen met het geschikt maken van bouwterreinen voor fabriek en voor een nieuw dorp, door effenen, ophogen, draineren en het aanleggen van wegen, in aansluiting met de weinige en primitieve verbindingen met het station Schoot, met de Heikant, het kanaal richting Weert en de aan te leggen eigen haven. Ook werd een smalspoorverbinding aangelegd van de fabrieksterreinen naar het station en naar de haven, het z.g. Routje. Ten grondslag lag een uitgebreid plan, “Ie projet de Dorplein", opgemaakt door ir. Emile Dor. Het bevatte behalve de fabriekscomplexen ook de aanleg van een dorp, met woonruimte voor de gezinnen van employés en arbeiders. Directeur ir. Lucien Dor trad op als productieleider en mr. François Sepulchre als expert voor de handelsaangelegenheden.

Reeds in 1893 kon het eerste zink getrokken worden en waren er circa 150 arbeiders te werk gesteld. De directie had in Wallonië enkele bekwame vaklui geworven, zodat in de eerste jaren 't Frans de omgangstaal was en er een tolk nodig was voor de directie en employés en de arbeiders van Budel en omgeving. Het dorp dat zo ontstond met de typische Waalse bouwstijl, waar zich diverse Waalse gezinnen vestigden en waar velen uit de omgeving werk vonden, werd ter ere van de stichters van de zinkfabriek Dorplein genoemd. Toen ook Schoot zich na 1900 ging uitbreiden kwamen ook hier in respectievelijk 1906 en 1908 een school en een kerk. Deze laatste was al snel te klein en zo werd in 1929 een nieuwe kerk gebouwd. Schoot was met ingang van 1917 een zelfstandige parochie geworden. In het rectoraat Budel-Dorplein werd in 1952 nog een nieuwe kerk gebouwd, toegewijd aan de H. Jozef.

Plattegrond van Dorplein uit 1907.jpg

Afbeelding: Plattegrond van Dorplein uit 1907, tweetalig. Tekening in inkt (foto: RDMZ)

Dorplein als company-town

Budel-Dorplein is te classificeren als een company-town. Door de relatief geringe omvang van het bebouwde areaal past volgens sommigen de term company-village echter beter. ‘Het gaat om een bedrijfsnederzetting, een planmatig tot stand gebrachte gemeenschap op initiatief van een onderneming, waarbij elke woning en elke voorziening moet worden gezien binnen het kader van de opbouw en het welslagen van de onderneming. Opvallende kenmerken zijn het feit dat de onderneming meestal een industriële basis heeft, relatief afgelegen ligt, dat er een sterke band is tussen werkgever en werknemers, waardoor de nederzetting in oorsprong ook gebouwd is en dat de nederzetting vaak een opvallend element is in het landschap.’


Typologie en groei

De kom van het geïsoleerd gelegen Dorplein heeft een harpvormige plattegrond naar de opzet van Emile Dor en is met het fabrieksterrein ten noorden van het Ringelsven vrij in het heidegebied gesitueerd. Het geheel heeft een heldere stedebouwkundige opzet met de recht op de fabriek gerichte Hoofdstraat en de eveneens op de fabriek georiënteerde diagonale A. Stevensstraat (nu Theo Stevenslaan), die de oeverlijn van het ven volgt. Haaks op de Hoofdstraat staat de zichtlijn van de kerk naar de witte directeursvilla. Emile Dor speelde een belangrijke rol in de vormgeving van de behuizingen. De bouw begon het dichtst bij de fabriek, om steeds verder naar het zuidwesten uit te wijken. Kenmerkend zijn de toegepaste materialen: rode Belgische baksteen met reliefmetselwerk, gepleisterde speklagen en daken met overstekken en kruispannen. De eerste veertig huizen die tussen 1893 en 1895 werden gebouwd aan de Hoofdstraat voor de werknemers van voornamelijk Waalse herkomst, zijn vrijwel alle dubbele woonhuizen. De veertig huizen in de Mariastraat, Lindenlaan, A. Stevensstraat (nu Theo Stevenslaan) en Gebr. Looijmanslaan kwamen in 1898 gereed. Behalve deze huizen op ruime kavels hoorden bij de oorspronkelijke opzet ook drie westelijke straten met hoge vier-onder-een-kap woningen, welke in 1907 werden voltooid. Het betrof tien blokken van elk vier woningen aan de St. Josephstraat, de Liedekerkestraat en de Sepulchrestraat. De directieleden lieten voor zichzelf ook woonhuizen neerzetten, vooral villa’s. De oudste bebouwing van Dorplein wijkt opvallend af van bebouwing elders in Brabant uit die tijd en heeft verwantschap met vergelijkbare gebouwen in de Belgische Maasstreek.

Er werd ook ruimte gecreëerd voor andersoortige voorzieningen die het zelfstandige karakter van de gemeenschap benadrukken. Centrum van het gemeenschapsleven was het reusachtige Hotel St. Joseph, ofwel de Cantine uit 1898 (Zie 3.27.21.012). Terzijde van Hotel St. Joseph lag de vierkante Groote Plaats. Op vrije uren kon men verpozen bij de kiosk. Er werd voor gezorgd dat men ook buiten de arbeidstijd zinvol bezig kon zijn in de beschermde sfeer van het dorp; de fanfare Les Echos de Dorplein heeft vaak opgetreden in de muziekkiosk.

Dorplein

Wegen, plein en lanen werden opgehoogd met as van de fabriek, waar jaarlijks duizenden tonnen steenkolen werden (en worden) verbruikt. De naam "Dorplein", ter ere van de stichters, werd vastgesteld in de raadsvergadering van Budel op 5 september 1893. In 1895 waren 40 arbeiderswoningen klaar. Het bouwen ging intussen door en zo was een paar jaar later dat aantal meer dan verdubbeld. Ook werd een groot gezeIlenhuis gebouwd. In 1896 was het gedeeltelijk gereed en werd de kantine er in gevestigd, die als naam voor het geheel werd aangenomen, in plaats van St. Jozefhotel, zoals aanvankelijk de bedoeling was. Het werd niet alleen een café-restaurant met levensmiddelenbedrijf, maar ook een pension met wasserij, bakkerij, ontspanningszaal, ziekenzaal en kapel en school.

Ten zuiden en oosten van de zinkfabriek is nog een aanzienlijk deel van het heide- en vennencomplex aanwezig.

Onderzoek door heemkundigen brachten een beschrijving over dit fabrieksdorp uit 1912 aan het licht. Het is volgens de heemkundigen een nauwgezette weergave van hoe Dorplein er in die tijd uitzag en hoe het er aan toe ging. Het is een centraal verslag van de Arbeidsinspectie in het Koninkrijk der Nederlanden over 1912, uitgereikt door het Departement van Landbouw, Nijverheid en Handel. In Hoofdstuk XVI staat, onder de rubriek Fabrieksdorpen, het volgende geschreven over Dorplein: ‘Het tweede dorp is het z.g. Dorplein, gelegen in de gemeente Budel, op drie kwartier afstand van het station van dien naam. Midden in de heide zijn daar de zinkfabrieken verrezen van de' Société Anonyme des Zincs de la Campine. Westelijk van dit groot industrieel bedrijf, door de meestal heerschende westenwinden gevrijwaard tegen de schadelijke en hinderlijke dampen van de fabriek, ligt het dorpje, naar de directeuren "Dorplein" genoemd. In 1895 begonnen, zijn successievelijk een 40 tal arbeiderswoningen gebouwd. Het eerste type is nog betrekkelijk klein; elk huis is bestemd voor 2 gezinnen, het is vrij liggend en omgeven door een tuin. Het tweede type, in 1898 gebouwd, is ruimer en flinker wat inrichting betreft en bergt eveneens twee gezinnen. De laatste 10 huizen elk voor 4 gezinnen bestemd, zijn zeer ruim en groot en dateren van 1907 (Voor dit laatste woningtype, zoomede voor de geheele situatie van het dorp wordt naar de teekening verwezen). Alle huizen zijn aangesloten op de waterleiding van de fabriek; bij de eerste twee type heeft elk huis nog slechts één kraan voor de beide inwonende gezinnen. De huurprijs der woningen varieert van f 0,50 tot f 0,75 per week. De ongehuwde werklieden der fabriek kunnen in het hotel (tevens cantine) een onderkomen vinden. Dit is ook de eenige gelegenheid in "Dor plein waar sterke- en andere dranken verkrijgbaar zijn. De inwonende werkman betaalt per dag van f 0.62 tot f 1.00 kostgeld, waarvoor hem daags 2 maal koud en 2 maal warm voedsel wordt verstrekt, voorts loges en wasch (een maal per week een geheel stel schoone arbeiderskleeren en ondergoed). In het gebouw bevinden zich mede de zieken- en operatiekamer, een bakkerij, wasscherij, mandenvlechterij en een winkel; bovendien zijn twee der kamers gereserveerd voor de geneesheeren, die op de fabriek spreekuur houden voor de arbeiders. Aan het hoofd van het beheer der cantine, die tevens concert- en toneelzaal is, staat een waard; voor de werkzaamheden in het hotel en voor het geheele huishoudelijke deel der inrichting zorgt eene nonnenorde. Van de op zich genomen taak kwijten deze zusters zich uitstekend, alle kamers en lokalen zien er net en zindelijk uit, terwijl de veelal zeer ruwe arbeiders zich onder hunne leiding geleidelijk aan orde en regelmaat gaan gewennen. In 1911 is in het dorp met Rijkssteun een schoolgebouw gesticht, bovendien doen eenige lokalen van het "hotel" dienst voor bewaarschool. Door parkaanleg en beplanting is getracht het wonen in het afgelegen "Dorplein" te veraangenamen. Een smalspoor voor steenkolenaanvoer verbindt de fabriek met het spoorwegstation. Aan den trein worden twee van zitplaatsen voorziene wagens gehaakt, van welk vervoermiddel alle bewoners kosteloos gebruik mogen maken. Slechts een klein gedeelte der arbeiders woont in het fabrieksdorp; de meesten wonen in de omgeving van de fabriek of in het dorp Budel.’


Zinkfabriek

Dorplein zou nooit hebben bestaan zonder de zinkfabriek. Onderdak voor zowel de arbeiders als de directie van het bedrijf was immers onontbeerlijk. In een publicatie gewijd aan deze fabriek wordt het treffend verwoord: ‘De complexe, 'gesloten' gemeenschap die hier het gevolg van was, zou ondenkbaar zijn geweest zonder 'De Zink'. Datzelfde geldt voor de cultuur van het dorp. Waar anders is een dergelijke samenvoeging van Waalse, Limburgse (Nederlands en Belgisch Limburg) en Brabantse elementen te vinden. Dat is te zien aan de bouw, zeker de huizen die voor de tweede wereldoorlog zijn gebouwd hebben duidelijk Waalse trekjes, maar het is ook terug te vinden in de taal en de mensen. Het openbreken van de gemeenschap in de jaren zestig heeft er wel voor gezorgd dat er een andere wind is gaan waaien. Toch is Dorplein nog steeds uniek. Dat heeft het altijd al geweten, dat weet het nu nog.’

Het dorp omvat, naast de fabrieksgebouwen, woonhuizen voor het personeel, kapel, kerk, en pastorie, kantinegebouw, klooster, winkels, school, postkantoor en zelfs een kleine gevangenis. Het gehele dorp stond ook tot voor kort nog onder het beheer van de fabrieksdirectie. Voor Brabant is het een zeldzaam voorbeeld van een dergelijke ontwikkeling die uit sociaalhistorisch en industriehistorisch oogpunt zeer opmerkelijk te noemen is.

Nederland kent maar weinig companytowns en nog minder die redelijk gaaf bewaard bleven. Dorplein is er daar één van en als zodanig dus van groot belang. De aanwijzing van Dorplein als een Rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht is in april 2011 afgekondigd (was al sinds 1998 in procedure, aldus RACM Jaarverslag 2008). Binnen de company-town Budel-Dorplein werden de volgende deelcomplexen beschreven:

A: Woningcomplex uit 1907 Sepulchrestraat 2 tot en met 176 ,1 tot en met 17 Budel-Dorplein Cultuurhistorisch en sociaal-historisch belang. Onderdeel van tien woningblokken van fabrieksdorp Dorplein. Tweelaags woningen, rug aan rug gebouwd, waarbij elk gebouw uit vier woningen bestaat, met lagere aanbouw. CHW. Nr.: BP020-000752

Woningcomplex Sepulchrestraat, Dorplein.jpg

Afbeelding: Woningcomplex Sepulchrestraat, Dorplein (maart 2011).

B: Woningcomplex 1907 Liedekerkestraat 2 tot en met 160 Budel-Dorplein Cultuurhistorisch en sociaal-historisch belang. Onderdeel van tien woningblokken van fabrieksdorp Dorplein. Tweelaags woningen, rug aan rug gebouwd, waarbij elk gebouw uit vier woningen bestaat, met lagere aanbouw.

Woningcomplex Liedekerkestraat. Dorplein..jpg

Afbeelding: woningcomplex Liedekerkestraat. Dorplein.

B1: Liedekerkestraat 157 Dubbele rug aan rugwoning gebouwd in 1907, als onderdeel van het vanaf 1892 door de gebroeders Dor opgezette fabrieksdorp ten behoeve van de door hen opgerichte zinkfabriek. De tweelaagse woningen hebben een rechthoekige plattegrond. De gevels zijn opgetrokken uit rode Belgische baksteen, versierd met getande bogen rondom de vensters. De daken hebben een overstek. Het dak van nummer 167 bezit de oorspronkelijke bedekking met zwarte kruispannen en rode kruispannen in ruitpatroon. De twee middelste traveeën bezitten een getoogd kelderraam. Daar boven twee openslaande ramen met gedeeld bovenlicht. Het karakteristieke van dit bovenlicht is, dat er een halfronde verbreding op de kruising is. De middelste travee van elk huis bevat de vernieuwde paneeldeur met getoogd bovenlicht en een getoogd stolpraam. Op de hoek van elk woonhuis bevinden zich tenslotte weer twee getoogde stolpvensters boven elkaar. De indeling van de vensters en bovenlichten is bij het huis op nummer 167 nog compleet. Op het dak staan drie schoorstenen: de middelste is overhoeks gemetseld. De zijgevels hebben ter hoogte van de zolderverdieping twee getoogde stolpvensters. De oorspronkelijke indeling van de huizen bestond op de begane grond uit een kamer en een keuken van gelijke grootte. Op de verdieping bevonden zich vier kamers. De keuken was met een tussendeur verbonden met de aangebouwde wasplaats. Aan weerskanten van de huizen bevindt zich een parallelle eenlaagse aanbouw onder zadeldak. Deze rechthoekige uitbouw bezit een hoge opgemetselde schoorsteen, door trekstangen met het hoofdgebouw verbonden. Deze ruimten bevatten oorspronkelijk een kippenhok, een "cabinet", een stal en een wasplaats. De huizen worden aan alle zijden omringd door een zeer ruim erf. Tussen nummer 166 en 167 bevindt zich een lage bakstenen muur als erfscheiding. Waardering De dubbele rug-aan-rugwoning is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de sociaal-economische ontwikkeling van De Kempen, namelijk de stichting van fabrieksnederzettingen met woningen voor alle sociale lagen, het is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de rug-aan-rugwoning voor arbeiders tijdens de industrialisatie. Het object is van architectuurhistorisch belang door de stijl en detaillering en de opzet van het geheel. Het heeft ensemblewaarden als onderdeel van een groter geheel, het als gezicht te beschermen fabrieksdorp Dorplein. Het is van belang vanwege de architectuurhistorische, bouwtechnische en typologische zeldzaamheid en is beschermd als representatief voorbeeld van een reeks van dergelijke woningen.

C: Sint Josephstraat 2 tot en met 134 Budel-Dorplein en Sint Josephstraat 1 tot en met 135 Budel-Dorplein Woonhuizen uit 1907 Cultuurhistorisch en sociaal-historisch belang. Onderdeel van tien woningblokken van fabrieksdorp Dorplein. Tweelaags woningen, rug aan rug, waarbij elk gebouw uit vier woningen bestaat, met lagere aanbouw.


D: Huizencomplex Hoofdstraat 65 t/m 77 Budel-Dorplein Gebied van bijzondere waarde. De huizen zijn in aanleg bedoeld voor personeel van de zinkfabriek, en bestaan meestal uit een lager bouwdeel met ertegen een hoger gedeelte met dwarsgeplaatst dak. Een vijftal een- en twee- en een half-laags huizencomplexen onder zadeldaken, deels met wolfseinden, 1892-1915. Daken gedekt met muIdenpannen. Gevels met jugendstilankers. Bij nrs 76-77 beuk van 175 cm omtrek.

Hotel St. Joseph.jpg

Afbeelding: Hotel St. Joseph (maart 2011)

E: Woonhuizen, Ca. 1900 Rector van Nestestraat, 2 tot en met 18, 1 tot en met 19 Budel-Dorplein Cultuurhistorisch en sociaal-historisch belang. Gebied van bijzondere waarde.

Woonhuizen Rector Nestestraat.jpg

Afbeelding: Woonhuizen Rector Nestestraat

F: Rijksmonumenten elders in Budel-Dorplein - Hoofdstraat 26, woonhuis met twee schuren - Hoofdstraat 61 hoek Theo Stevenslaan 8 - Hoofdstraat 104, De Witte Villa - Marialaan 49, pastorie - ZW-hoek van de kruising Theo Stevenslaan met de Gebr. Looijmanslaan, gevangenis - Theo Stevenslaan 37, De Warande