Standaardmolen Den Evert Someren

Uit Erfgoedwiki
Versie door Rberkvens (Overleg | bijdragen) op 29 nov 2017 om 11:53

Ga naar: navigatie, zoeken

Standaardmolen Den Evert aan de Einhoutsestraat te Someren

Inleiding

In Groot-Someren hebben ooit 10 molens gestaan, twee watermolens (de Heugter watermolen niet meegeteld) en acht windmolens. De meeste zijn helaas verdwenen. Na de tweede Wereldoorlog had Someren er nog 6. Someren heeft nu nog twee windmolens, de stenen beltmolen uit 1853 in de Kerkstraat, de ”Victor” en de standaardmolen aan de Einhoutsestraat bij de Donck uit 1543. Deze heeft tot 1979 op dezelfde plaats gestaan, namelijk bij sluis 11 aan de Astense Dijk, later de Schoolstraat. Bij zijn verplaatsing in 1979 kreeg hij voor het eerst een naam, Den Evert. De molen is een rijksmonument en is een van de oudste standaardmolens van Nederland en stond in 1963 model voor een zomerpostzegel van 12 cent.

Deze molen heeft een voorganger gehad. In een windbrief uit 1302 geeft hertog Jan II van Brabant aan het klooster van Postel toestemming om in Someren een windmolen te bouwen. Waar? Op dezelfde plek? We weten het niet.

Standaardmolen ‘Den Evert’

0216Den Evert08.JPG

Deze halfgesloten standaardmolen werd in 1543 door de abdij van Postel aan de baan van Someren en Heeze naar Asten, de Astense Dijk (later Schoolstraat genoemd) bij sluis 11 gebouwd. Hij deed dienst als korenmolen. Volgens Van Asten heeft de molen ook nog een koppel gehad voor een boekweitmolen. Deze is later afgebroken. De molen werd verpacht o.a. aan de familie Hoeffnagels, die de molen bijna twee eeuwen bemalen heeft. Daarna kwam hij in handen van heel wat mulders, maar hij is uiteindelijk gekocht door Evert van der Grinten. In 1973 is de molen gekocht door de gemeente Someren en verplaatst naar de Donck aan de Einhoutsestraat. Deze straat kreeg zijn naam pas in de jaren 50, hiervoor was de naam nog Groenstraat, die liep van de Vaarselstraat naar de Eindhoutse hoeve. Door de komst van de Provinciale weg is de weg afgesloten en is ook de naam veranderd.

De molen maakte ook indruk door zijn geschiedenis, die in 1543 begon met oprichter/eigenaar de Abdij van Postel. De standaardmolen was een zogenaamde ban of dwangmolen. Dit betekende dat de inwoners of onderhorigen van een heer, verplicht waren hun granen uitsluitend op die molen te laten malen. Sindsdien heeft de molen bij ‘Den Diepsteek’, nadien ook wel de molen van Sluis11 genoemd, heel wat meegemaakt. Zoals op de elfde januari van het jaar 1558: “Soe is opgeresen naeder middernachts een swaere vreeslicke wint, de welcke van wijle tot wijle stercker geworden is, alzoe dat ontrent acht uren voormiddach omme gewayt is de wintmoelen van Zoemeren”. De molen die met zijn wieken als het ware steeds de wind had uitgedaagd, was de strijd verloren. De orkaan was een ramp voor Someren want behalve de molen waren er: ‘Groote menichte van huysen ende scuren omme gewayt’. De molen lag geheel in stukken. Hij verrees echter weer op dezelfde plaats. Zoals ook in 1724 toen hij, na een blikseminslag grotendeels is afgebrand. In opdracht van de rentmester wordt al op 5 augustus van hetzelfde jaar openbaar aanbesteed.

Het bovenwiel van de molen is bijzonder. Van alle windmolens in Nederland is dit het enige wiel dat op deze manier gemaakt is. De timmerman, die in 1738 dit ambachtelijke werkstuk op zijn manier maakte was de in Someren geboren en in Mierlo wonende Hendrik Deenen. Op het bovenwiel heeft hij niet alleen zijn naam Deenen en het jaartal 1738 aangebracht, maar ook de volgende inscriptie: ‘Onze hulp comt van den geenen die hemel en aarde gemaeckt heeft’.

Ruim 200-jaren later in september 1944 zou de molen, tijdens de bevrijding van Someren, oorlogsschade oplopen. De molen bleef in bezit van de familie Van der Grinten tot 1915. De molen raakte buiten gebruik door allerlei gebreken. Nadat Jan Peeters vanaf 1919 eigenaar / molenaar was geweest kwam de molen in 1949 in het bezit van de Veevoederfabriek Koudijs. Omdat de molen niet meer werd gebruikt, overwoog men hem te slopen. De aanvraag tot sloop in 1953 werd geweigerd en werd de molen in 1954 gerestaureerd. Koudijs had geen belang bij de molen en wilde de molen in 1967 verkopen. Na wat strij, met behulp van de Vereniging de Hollandse Molen en het Comité tot behoud Somerense Molen, nam de gemeenteraad in 1973 het besluit de molen te kopen. Hij werd gerestaureerd door de firma H. Beijk uit Afferden en verplaatst naar De Donck, nabij het openluchttheater in Someren, waar hij vanaf 1982 weer draaide met de enthousiaste molenaar Leo Meeuws. Hiervoor werd de molen bemalen door Sjaak van Winkel uit Eindhoven met Leo Meeuws als leerling. Gerrit van Rinsum is ook nog even molenaar geweest. Na het overlijden van molenaar Leo Meeuws in november 2005, werd de molen om toerbeurt bemalen door molenaars van de kring Peelland (Marc van Deursen, Geert Sturkenboom, Piet Meulendijks, Hans Tielemans, Frans Tullemans en Geert van Stekelenburg). Thans zijn Mari Heesakkers en Riekus Meijering de molenaars.

Is de naam van de molen ‘Den Evert’, kreeg hij pas in 1979, vernoemd naar Everard Nicolaus Smolerszoen, de eerste pachter en molenaar in 1543, of toch naar Everardus die in 1767 als eerste particulier kocht, dat was Everardus van der Grinten? Ik vind beide verklaringen relevant, maar de volgende mail geeft wellicht uitsluitsel. In december 1978 heeft de gemeente Someren een prijsvraag uitgeschreven voor namen van de tot dan naamloze molens. De gebroeders Van Lierop wonnen met Den Evert en De Victor, zij het dat Den Evert een suggestie was van Dré Remery. In zijn ambtelijk advies (voor de prijsvraag) stelde hij al voor de naam Den Evert aan de standerdmolen te geven. Hij onderbouwt dit met: "In 1767 kwam de molen voor het eerst in zijn bestaan in handen van particulieren. Het was Everardus van der Grinten die de molen kocht waarna hij ongeveer 80 jaar in deze familie bleef. Den Evert verwijst dus naar deze Everardus." Eigenlijk hebben de gebroeders Van Lierop de naam De Roovere voorgesteld. In zijn advies aan B&W draait Dré die naam in zijn richting: "Hoewel zij als naam voor de molen a/d Einhoutsestraat "De Roovere" inzonden, zaten zij zijdelings met Evert van der Grinten dan toch op het goede spoor." Een wonderlijke uitslag van de prijsvraag. Zie bijgaand persbericht over de uitslag van de prijsvraag: "... Den Evert, zijnde afgeleid van de voornaam van de eerste particuliere bezitter van de molen: Everardus van der Grinten en zijn familie -vanaf 1763-." Een formeel besluit van B&W van Someren van 25 januari 1979. Aldus een mail Hans van de Laarschot

Als toevoeging mag ook vermeld worden dat oud-molenaar Tinus Berkers (van de molen in de Postelstraat) de naam de Zwerven had voorgesteld, ook een toepasselijke naam voor een molen die verplaatst is.

Bij de heropening van de molen in 1979 werd een plank met inscriptie aangebracht, met de namen van het toenmalige college van Burgemeester en Wethouders van Someren.

In 2008 moest de molen stilgezet worden, omdat de standaard in slechte staat verkeerde. In september 2009 werd de molenkast van standaardmolen Den Evert in zijn geheel van het onderstel gehesen omdat de standaard flink was aangetast. Een grondige restauratie was nodig om de molen, zonder gevaar nog draaiende te houden. Zo is de standaard versterkt met een niet zichtbare ijzeren paal om de historische bewerkte buitenkant, snijwerk uit de 19de eeuw, te kunnen behouden. Het dak van de molenkap is vernieuwd, de buitenkant heeft een grondige schilderbeurt gehad en rondom de molen zijn bomen gerooid.

Nu draait de molen weer, met een vlucht van 24,75 meter regelmatig met molenaars Mari Heesakkers en Riekus Meijering aan de “wieken”. Someren mag trots zijn met deze prachtige standaardmolen.

Eigenaren en pachters

Eigenaren

1543 - 1648 de Abdij van Postel

1649 - 1767 de Republiek de Verenigde Nederlanden

1767 - 1915 Fam. (Everardus, Evert) van der Grinten (tot 1818 in erfpacht, hierna eigenaars

1915 - 1919 Ferdinand van Stekelenburg (molenaar,geb. Asten)

1919 - 1948 Jan Peeters (bakker-molenaar, Someren)

1949 - 1953 Veevoederfabriek N.V. Koudijs

1953 - heden Gemeente Someren


Pachters/ molenaars


1543 - 1553 Everard Nicolaus Smollerszoon

1554 -ca.1589 Aert Jan Wouters en Jan Gort van Duppen

ca.1589 -1648 Wouter Janssen Hoefnagels (Wouter de zoon van Jan (Wouters)

1649 - 1662 Goordt Wouters Hoefnagels (Goordt de zoon van Wouter (Janssen) genaamd Hoefnagels]

1663 - 1684 Joost Hoefnagels (Goordt zoon) en de wed. Joost Hoefnagels- Josina van Hove

1692 - 1716 Goordt Hoefnagels (Joost zoon)

1717 - 1722 Wed. Goordt Hoeffnagels

1722 - 1724 Peter van Heeswijk (molen brandt af)

1725 - 1740 Goort Willem Loomans (geb. Asten)

1741- 1763 Goort Manders (geb. Asten)

1764 - 1767 Evert van der Grinten uit Weert ( in 1767 in erfpacht).


Hierna zijn de eigenaren (met hun knechten) de molenaars. Onder N.V. Koudijs was o.a. Piet Meulendijks molenaar op de molen. Na 1953 benoemde de gemeente de molenaars: Van Rinsum, Leo Meeuws, Mari Heesakkers en Riekus Meijering.

1554-1723 blijft de molen in hetzelfde geslacht van molenaars Wouters-Janssen-Hoefnagels. Everardus van der Grinten en deze familie blijft van 1767 tot 1919 molenaar en eigenaar. Knechten waren onder andere Antoon Driessen, Willem van Oorschot (ook bakker) en Evert Victor van Oorschot- de Bije.